Naast de nieuwe Arbeidstijdenwet, heeft de Eerste Kamer de nieuwe Arbowet in 2007 goedgekeurd. Net als bij de Arbeidstijdenwet, worden in de Arbowet zwaardere verantwoordelijkheden gelegd bij werkgevers en werknemers. Per sector gaat een arbocatalogus gelden, met op maat gesneden normen, regels en voorschriften. De Arbowet schrijft straks niet meer tot in detail voor aan welke eisen ondernemingen moeten voldoen.
Wel komen er ‘doelvoorschriften’, waarin staat wat het beschermingsniveau moet zijn.

Wat staat er in een arbocatalogus?

Een arbocatalogus bevat de afspraken die werkgevers en werknemers samen over veilige en gezonde arbeidsomstandigheden hebben gemaakt. Daarmee is een arbocatalogus een manier om te voldoen aan de doelvoorschriften die de overheid stelt over veilig en gezond werken.

Arbocatalogus niet verplicht

Het opstellen van een arbocatalogus is niet verplicht. Werkgevers moeten wel inzichtelijk maken dat ze voldoen aan de doelvoorschriften waardoor werknemers veilig en gezond kunnen werken.

Toetsen van de arbocatalogus

De Arbeidsinspectie toetst arbocatalogi die op branche- of sectorniveau tot stand zijn
gekomen. De criteria voor deze toetsing zijn:

  • Is beschreven voor welk werkgebied (branche/groep bedrijven) de catalogus bedoeld is?
  • Vertegenwoordigen de opstellers de werkgevers en werknemers in dit werkgebied?
  • Is de catalogus beschikbaar en kenbaar voor werkgevers en werknemers?
  • Wordt bij navolging van de catalogus voldaan aan de doelvoorschriften? Dit punt wordt getoetst met een quickscan: is de catalogus begrijpelijk, logisch en niet in strijd met de wet?

Meer informatie

Een overzicht van de arbocatalogi die de Arbeidsinspectie heeft getoetst, vindt u op de website arboportaal.nl. Werkgevers die hun arbeidscatalogus willen laten toetsen door de Arbeidsinspectie vinden hierover meer informatie op de website van de Arbeidsinspectie.

> De Arbowet sinds 2007
  • Het arbeidsomstandighedenspreekuur vervalt als verplichte taak van de arbodienst. De werkgever moet met de OR/medewerkers overleggen over de invulling hiervan. Werknemers krijgen toegang tot een arbeidsdeskundige. Dit kan iemand zijn van de Arbodienst, maar ook de preventiemedewerker.
  • In organisaties met niet meer dan 25 werknemers mag de werkgever nu ook zelf als preventiemedewerker optreden.
  • Organisaties met maximaal 25 werknemers hoeven hun RI&E niet meer te laten toetsen door de arbodienst. Voorwaarde is wel dat een, voor de branche goedgekeurde, RI&E wordt gebruikt.
  • Vrijwilligers vallen niet meer onder de Arbowet. Wel gelden voor hen nog regels uit het arbobesluit voor ernstige arbeidsrisico’s, zoals valgevaar of het werken met gevaarlijke stoffen.
  • Werkgevers hoeven niet meer alle arbeidsongevallen aan de Arbeidsinspectie te melden. Dodelijke ongevallen en ongevallen die leiden tot blijvend letsel of ziekenhuisopname, moeten nog wel worden gemeld.
  • De verplichte jaarlijkse schriftelijke rapportage aan de OR over het gevoerde arbobeleid is vervallen.
  • De Arbeidsinspectie controleert op basis van de wet en de inhoud van de nieuwe arbocatalogi, arboconvenanten en praktijkrichtlijnen.
  • De Arbeidsinspectie geeft speciale sectorbrochures uit. Daarin geeft de AI aan waar de Arbeidsinspecteurs bij controles speciaal op letten binnen een sector en welke wettelijke regels daarbij horen.
  • De maximale boetes worden verdubbeld. Nieuw is dat nu ook werknemers eerder in aanmerking komen voor een boete, als ze de arboregels overtreden.

Werkgever en werknemer worden jaarlijks geconfronteerd met verschillende wetten en regelgevingen over arbozaken en werkloosheid. Zo zijn er de Wet verbetering Poortwachter (WVP), de nieuwe Arbowet per juli 2005, de Wet Verlenging Loondoorbetaling bij Ziekte, de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) en de nieuwe Arbeidsomstandighedenwet per januari 2007.

> Standaardregeling of maatwerkregeling

Als werkgever kunt u kiezen voor de standaardregeling of voor de maatwerkregeling. Als u kiest voor de standaardregeling dan u houdt dan het bestaande contract met de huidige arbodienst, of u kiest voor een andere arbodienst. Kiest u voor de maatwerkregeling dan hebt u meer mogelijkheden. Maar er zijn wel drie voorwaarden verbonden aan deze maatwerkregeling. U mag de maatwerkregeling alleen gebruiken in overeenstemming met de OR of de personeelsvertegenwoordiging (PVT), of nadat het in de CAO mogelijk is gemaakt. U moet als organisatie bij de maatwerkregeling in elk geval een dienstverleningcontract afsluiten met een bedrijfsarts.
U moet bij de maatwerkregeling de risico-inventarisatie en -evaluatie ter toetsing voorleggen aan een van de vier kerndeskundigen (veiligheidskundige, arbeidshygiënist, bedrijfsarts en arbeids- en organisatiedeskundige)
Als u aan deze voorwaarden voldoet kunt u er via de maatwerkregeling voor kiezen om:

  • alle deskundige arbo-ondersteuning extern in te kopen, bijvoorbeeld bij een bedrijfsarts – alle deskundige arbo-ondersteuning intern te organiseren, door middel van het in dienst nemen van arbodeskundigen
  • een combinatie van bovenstaande twee mogelijkheden, bijvoorbeeld een veiligheidskundige aanstellen en andere arbodeskundigen inhuren. Ook bij de maatwerkregeling blijft de werkgever verantwoordelijk voor het zich laten bijstaan voor wat betreft de volgende vijf onderwerpen:
    • advies over, en toetsing van de RI&E
    • ziekteverzuimbegeleiding
    • arbo-spreekuur
    • periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek
    • aanstellingskeuringen (indien dit is toegestaan)
> Aanstellen interne preventiemedewerker(s)

Een andere verandering in de Arbowetgeving komt neer op de aanstelling van een of meer interne preventiemedewerker(s). Vanaf 25 werknemers moet iedere werkgever zo’n preventiemedewerker aanwijzen, die belast wordt met preventietaken (bijvoorbeeld voorlichting geven). In de RI&E moet de organisatie aangeven hoeveel preventiemedewerkers er nodig zijn en wat ze precies moeten (gaan) doen. Bij organisaties met 25 of minder werknemers mag de werkgever zelf deze taken op zich nemen, op basis van aanwijzingen daartoe in de RI&E. In veel organisaties zal de bestaande arbo-coördinator feitelijk al de rol vervullen van interne preventiemedewerker.

> Toetsen van de Risico Inventarisatie & Evaluatie

Bedrijven met meer dan 25 werknemers laten zich bij het opstellen van de risicoinventarisatie en -evaluatie (RI&E) bijstaan door een preventiemedewerker. Een gecertificeerde arbodeskundige toetst de RI&E en het plan van aanpak. Bij voorkeur is dit een interne arbodeskundige, die goed bekend is met de situatie binnen het bedrijf.
Kleine bedrijven (minder dan 25 werknemers) hoeven de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) niet te laten beoordelen door een arbodeskundige als zij gebruik maken van een standaardmodel van de branche (cao) voor het opstellen van de RI&E. Zo’n standaardmodel wordt ook wel RI&E-instrument genoemd. Op www.rie.nl is een groot aantal RI&E-instrumenten te vinden.
Vanaf 1 januari 2011 mogen kleine bedrijven de risico-inventarisatie en -evaluatie ook zonder deskundige ondersteuning opstellen. Het vereenvoudigen van de risico-inventarisatie verlaagt de administratieve lasten voor kleine werkgevers.
Werknemers moeten de risico-inventarisatie van hun bedrijf kunnen inzien.

> Wet verbetering poortwachter

In de Wet verbetering poortwachter is geregeld wat werknemers en werkgevers moeten doen om te bevorderen dat langdurig zieke werknemers zo snel mogelijk weer aan de slag gaan.
Poortwachter in het kort

  • De ziekte moet binnen een week zijn gemeld bij de arbodienst of de bedrijfsarts.
  • Werkgever en arbodienst of bedrijfsarts houden contact met de zieke, minimaal eens in de zes weken. Samen onderzoeken ze de mogelijkheden om weer aan de slag te gaan.
  • Denkt de arbodienst of bedrijfsarts na zes weken dat het langer gaat duren? Dan geeft de arbodienst of bedrijfsarts de werkgever en de werknemer een probleemanalyse: een advies over de onderzochte mogelijkheden.
  • Is werken aan herstel en re-integratie mogelijk en zinvol? Dan maken werkgever en werknemer uiterlijk in de achtste week een plan van aanpak. Zij moeten een casemanager aanstellen die de uitvoering van het plan bewaakt.
  • Men moet eerst werken aan re-integratie binnen het eigen bedrijf. Lukt dat niet, dan moet de werkgever zelf de re-integratie bij een andere organisatie in gang zetten en daarbij zo nodig een re-integratiebedrijf inschakelen.
  • In een re-integratiedossier wordt alles vastgelegd wat er wordt afgesproken en gedaan. Regelmatige bijsturing kan gewenst zijn. De werknemer en de arbodienst of bedrijfsarts moeten een afschrift hebben van het plan van aanpak en van de eventuele bijstellingen.
  • Na de 42e week meldt de werkgever het verzuim aan UWV.
  • Na een jaar ziekte is er een verplicht evaluatiemoment tussen werkgever en werknemer.
  • Is de werknemer na twintig maanden nog niet aan de slag? Dan stellen werknemer en werkgever samen een re-integratieverslag op: wat is er concreet gedaan en bereikt en wat vinden ze daarvan?
  • Als de werknemer een arbeidsongeschiktheidsuitkering aanvraagt, controleert UWV dit re-integratieverslag. Alleen als werknemer en werkgever zich genoeg hebben ingespannen om te voorkomen dat een uitkering nodig is, volgt eventueel de keuring.
  • Als werkgever en werknemer beiden denken dat ze met wat extra tijd alsnog zullen slagen, kunnen ze aan UWV vragen de keuring (maximaal een jaar) uit te stellen.
> Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte

Sinds 1 januari 2004 zijn in de eerste twee ziektejaren werknemer en werkgever samen verantwoordelijk voor een snelle terugkeer naar werk. En de werkgever betaalt in die periode het loon door.

Loondoorbetaling

De werkgever is verplicht het loon twee jaar lang door te betalen voor uren die de werknemer door ziekte niet werkt. In het eerste jaar moet dat minimaal 70% zijn van wat de werknemer normaal verdiende en ten minste het minimumloon. In het tweede jaar krijgt de werknemer minimaal 70% van het laatstverdiende loon en vervalt de minimumloongarantie.
Over twee ziektejaren samen betaalt de werkgever maximaal 170% van het laatstverdiende loon. Hoe het precies zit, is vaak geregeld in een cao. Als de arbeidsovereenkomst eerder dan na twee jaar ziekte afloopt kan de werknemer daarna ziekengeld van UWV krijgen.

Inspanningsverplichting

Werknemer en werkgever moeten volgens een plan van aanpak gericht werken aan re-integratie. Inschakeling van deskundige ondersteuning zoals een arbodienst of een bedrijfsarts is verplicht; werkgever en werknemer kunnen samen een re-integratiebedrijf inschakelen.
De werkgever moet alles doen om de werknemer snel weer aan het werk te krijgen in het eigen bedrijf. Ook bij ziekte of blijvend gebrek. Lukt dit niet, dan moet hij proberen de zieke werknemer bij een andere werkgever te plaatsen. Dit geldt tot twee jaar nadat iemand ziek is geworden.

Loondoorbetaling bij afloop contract

Als het dienstverband tijdens ziekte eindigt, is er geen werkgever meer. Dan komt de werknemer in de eerste twee ziektejaren in aanmerking voor ziekengeld. Dit wordt uitbetaald door UWV. UWV is verantwoordelijk voor de verzuimbegeleiding en re-integratie van de zieke werknemer.

Eerste ziektedag vóór 1 januari 2004?

Dan gelden de oude regelingen en heeft de werkgever één jaar loon doorbetaald.