Vanaf 1 januari 2006 is de levensloopregeling van toepassing. Met de levensloopregeling kunnen uw werknemers een deel van hun brutosalaris sparen om in de toekomst een periode van onbetaald verlof te financieren. Over de levensloopregeling en het spaarloon wordt in het Belastingplan 2011 niets gezegd. Wel is op 15 september 2010 de blokkering van het spaarloontegoed over periode 2006 tot en met 2009 opgeheven. De mogelijkheid om het spaarloon te deblokkeren geldt in principe tot 1 januari 2011. Eerder werd het spaarloontegoed in 2005 tijdelijk vrijgegeven.
- > Sparen voor onbetaald verlof
-
Met de levensloopregeling kunnen uw werknemers een deel van hun brutosalaris sparen om in de toekomst een periode van onbetaald verlof te financieren.
De levensloopregeling kan worden gebruikt voor elke vorm van verlof, zoals:
- langdurend zorgverlof
- sabbatical
- ouderschapsverlof
- educatief verlof
- overig onbetaald verlof
- verlof voorafgaand aan het pensioen.
Van het brutoloon wordt een bedrag ingehouden. Dat bedrag wordt op een speciale spaarrekening van de werknemer gestort of als premie voor een ‘levensloopverzekering’ van de werknemer overgemaakt. Dit kan bij een verzekeraar, bank, dochter van een pensioenfonds of beheerder van een beleggingsinstelling zijn.
In overleg met u kan een werknemer ook gespaarde tijd, bijvoorbeeld bovenwettelijke vakantiedagen, overwerkuren of adv-dagen, om laten zetten in geld. Dit bedrag kan dan op de levenslooprekening worden gestort.
Werknemers krijgen per jaar dat ze aan de levensloopregeling meedoen, recht op een levensloopverlofkorting op hun loonbelasting van maximaal €183. Deze korting krijgen ze bij opname van het tegoed voor de financiering van onbetaald verlof. - > Hoeveel mag een werknemer sparen?
-
Een werknemer mag jaarlijks maximaal 12 procent sparen van het brutoloon dat in dat jaar wordt verdiend. In totaal mag maximaal 210% van het bruto jaarsalaris worden gespaard.
- > Bent u als werkgever verplicht mee te werken?
-
Als uw werknemers kiezen voor deelname aan de levensloopregeling, kunt u dat niet weigeren. Alle werknemers die in Nederland werken, hebben het wettelijke recht op deelname aan de levensloopregeling.
- > Mogen werknemers meedoen met spaarloon en levensloopregeling?
-
Nee, uw werknemers kunnen elk jaar opnieuw kiezen of zij meedoen aan de levensloopregeling of aan de spaarloonregeling. Zij mogen niet in hetzelfde jaar aan beide regelingen meedoen. Dat betekent dat u werknemers die nu meedoen aan de spaarloonregeling tijdig moet informeren.
- > Kunt u als werkgever een collectief contract met uw werknemers afsluiten?
-
U kunt met uw werknemers afspraken maken over een collectief contract voor een levensloopproduct met een bank, verzekeraar of dochteronderneming van een pensioenfonds.
Deelname aan dit collectieve contract mag niet verplicht worden gesteld. Uw werknemer moet dus ook voor een andere aanbieder kunnen kiezen. - > Levensloop en uw administratie
-
- U stort op verzoek van de werknemer een deel van zijn brutoloon op de levenslooprekening of levensloopverzekering.
- Over deze storting is geen loonheffing (loonbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet) verschuldigd, maar wel de gebruikelijke premies voor de werknemersverzekeringen.
- Als de werknemer het tegoed wil opnemen, keert de financiële instelling aan u uit.
- U houdt dan loonheffing in. (U bent verplicht de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet te vergoeden.)
- Vervolgens betaalt u het netto tegoed uit aan de werknemer.
- Daarnaast vraagt u van uw werknemer die in de levensloopregeling spaart een schriftelijke verklaring dat hij in datzelfde jaar niet ook in de spaarloonregeling spaart.
Met de komst van de levensloopregeling verdwijnt de afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof. Daarmee vervalt een aantal administratieve lasten.





